Gezondheidsfactoren van infrarood

 

Aliens twijfelen aan de effecten van op de gezondheid van Far Infrared
Aliens twijfelen aan de effecten van op de gezondheid van Far Infrared

Het marketing materiaal over infraroodverwarming (kort, midden- of langgolvige) zou niet compleet zijn zonder een statement over de “geweldige voordelen voor de gezondheid” van deze technologie. Pandora’s doos – zo beweert men althans – was nog maar op een kiertje geopend en verschillende types infrared werden onder strikte voorwaarde gebruikt voor specifieke, medische toepassingen als een wondertechnologie die voor iedereen beschikbaar kwam – als u die beweringen wilt geloven. Deze hype helpt de markt of de klant niet. Wij willen e.e.a. graag rechtzetten.

Met zijn diep doordringende eigenschappen en zijn intense hitte is kortgolvig infrarood ideaal voor specifiek medische toepassingen, voor een aantal neurologische toepassingen en te behandelen aandoeningen van de huid. Door de intense hitte en de grotere penetratie in de huid wordt kortgolvig infrarood op gerichte plekken door gekwalificeerd medisch personeel toegepast.

Het klopt niet om te zeggen dat blootstelling aan Near Infrared in de regel “goed is voor huid en spieren” – een statement dat we vaak zijn tegengekomen in beschrijvingen van kortgolvig infrarood lampen.

Ongecontroleerde, frequente blootstelling aan Near Infrared kan op de lange duur thermische verbranding en effecten van veroudering zoals “Bakkersarmen”, een “Glasblazersgezicht” veroorzaken (Cho & anderen, 2009). Beschadigingen aan de ogen komt ook voor omdat Near Infrared doordringt tot het hoornvlies – daarom is het noodzakelijk om je er maar een beperkte tijd aan bloot te stellen of een veiligheidsbril te dragen (Voke, 1999). De kleur van het Near IR licht is op zichzelf niet relevant voor de effecten (ICNIRP 2006). We hebben ook statements gehoord als: “het heeft geen schadelijk effect op paarden, want zij kunnen rood niet zien.”

Geen enkele infrared golflengte penetreert in de spieren, dus een dergelijke bewering over Near Infrared klopt niet en hoewel Near Infrared lampen licht geven en stralen “als de zon”, heeft Infrared geen bekend vermogen om te helpen bij de opname van Vitamine D (dergelijke beweringen hebben we gezien, maar dat is een eigenschap van UVB, niet van Infrared).

De wattage reduceren; het voltage in een lamp reduceren of de lamp verder weg zetten, maakt Near IR niet per se “veiliger”. Het reduceert alleen de piek-intensiteit van de lamp zodat de golflengtes in de buurt komen van Medium tot Far Infrared en dan zijn de fysieke eigenschappen die worden geclaimd als zijnde “Near IR” niet langer relevant. We zijn een aantal dealers van Near Infrared verwarmingsapparaten tegengekomen die hun lamp verkopen met een dimmer en nog steeds beweren dat Near Infrared medisch bevorderlijk is.

De speciale medische toepassingen van Near Infrared kunnen niet zomaar worden toegeschreven aan Medium en Far infrared, een veel gemaakte fout. Hierdoor kan Medium en Far Infrared voor de handelaren misschien minder opwindend zijn, het maakt in elk geval duidelijk dat Medium en Far Infrared niet dezelfde problemen voor wat betreft de veiligheid hebben als Near Infrared.

Maar de waarheid is waarschijnlijk veel opwindender dan de fictie.

Midden- en Langgolvig infrarood dringen niet zover door als kortgolvig infrarood penetreren niet zo diep), maar worden veel beter door de huid geabsorbeerd. Deze betere absorptie komt vooral doordat de huid voor 80 procent uit water bestaat. Water absorbeert warmte erg goed bij 3 microns (de start van Far Infrared) en door de hele frequentieband van langgolvig infrarood band. Algemenere verwarming vindt plaats vanwege de geleiding van het huidweefsel en convectie door de haarvaten die leiden tot – zoals de ICNIRP zelf erkent – tot een hogere totale lichaamstemperatuur, dan mogelijk is via de meer intense maar locale effecten van Near IR.

Deze eigenschap van Far Infrared is daarom biologisch gezien belangrijk voor de menselijke huid en die van dieren en geeft Far Infrared allerlei voordelen voor wat betreft energie-efficiëntie en comfort t.o.v. de krachtigere, warmere kort-en middengolvige infrarood heaters concurrenten. Dit is iets wat handelaren naar voren zouden moeten brengen.

Het is niet juist om te beweren dat deze heaters op de een of andere manier medisch-biologische effecten hebben, i.p.v. gewoon comfortabel aanvoelen. We willen ons allemaal verwarmd voelen en een gevoel van gezondheid hebben in een comfortabele omgeving. De afwezigheid van kou en vocht helpt ons ook om gezond te blijven en te herstellen van ziektes. Maar om te suggereren dat Far Infrared iets extra’s biedt voor ons biologisch systeem is tot op heden nog niet wetenschappelijk aangetoond – maar Far Infrared is zeker niet schadelijk (ICNIRP 2006).

En net zoals verkopers van Near IR hun lampen dimmen en de medische voordelen van Near IR naar voren brengen, terwijl vooral Medium/Far Infrared, wordt uitgestraald, hebben we andere verkopers van Near IR gezien – misschien bewust van de potentiële schade die door blootstelling aan Near IR teweeg kan brengen – die beweren dat ze are langgolvig infrarood zijn (en ook nog steeds volhouden dat kort IR medisch gezien voordelen biedt). Het klopt dat een deel van het uitgezonden spectrum van de Kort IR lampen Langgolvig IR golflengtes zijn, maar dat maakt ze nog niet Far IR. Het licht geeft hier de doorslag – dat bepaalt of de heater kort- of middengolvig is dient te zijn. De Far IR output van deze lampen is in werkelijkheid zwakker dan die zou zijn met een emitter, die geoptimaliseerd is om te pieken in de Langgolvig IR golflengtes.

Conclusies:

De waarheid wordt tot op heden door de marketing verdoezeld. Het ministerie van Gezondheid in het VK heeft bijvoorbeeld geen richtlijnen over dit onderwerp anders dan “redelijke voorzorgsmaatregelen” en verwijst naar de ICNIRP als de uiteindelijke autoriteit op dit gebied. De ICNIRP is duidelijker over Near IR, maar schiet tekort als het gaat om duidelijke richtlijnen over afstand, tijd en intensiteit van het gebruik.

De verstandige benadering is deze:

Near IR is geschikt voor de beheersing van omgevingstemperatuur, waarbij contact met dierlijke huid en ogen niet is voorzien, niet direct of voldoende is beschermd of niet gemakkelijk te vermijden is. Ook als Near IR “lager wordt gezet”, elektronisch of door een grotere afstand, om comfortabele warmte te bieden, is een verwarmingsapparaat dat in de lagere golflengtes piekt in eerste instantie geschikter en verbruikt bovendien minder energie.

De intensiteit van de hitte maakt Near IR geschikt voor vele industriële toepassingen, maar daar gaat dit artikel niet over.

Verwarmingsapparaten die pieken in de golflengtes van Medium IR zijn geschikt voor intens drogen (en andere industriële toepassingen, waar we in dit artikel niet op ingaan) maar zijn minder geschikt als het doel is om comfortabele warmte te bieden. Nogmaals, een verwarmingsapparaat dat in de lagere golflengtes piekt is in eerste instantie geschikter en verbruikt ook nog eens minder energie.

Verwarmingsapparaten die pieken in de Far IR regionen (3 microns en minder) zijn geschiktere verwarmingsapparaten voor comfortabele warmte en verbruiken minder energie. Een grotere omgeving verwarmen of meer gevoel van intensiteit te krijgen, kan het beste worden bereikt door meer emitters te gebruiken, i.p.v een intensere lamp. Door meerdere infrared emitters te plaatsen wordt de comfortabele omgeving groter, zonder dat de totale temperatuur stijgt. Het is verkeerd om te denken dat het toevoegen van een verwarmingsapparaat met een hogere intensiteit het niveau van comfort verhoogt: het zorgt alleen lokaal voor een hogere temperatuur.

Bronnen:

Soyun Cho, Mi Hee Shin, Yeon Kyung Kim, Jo-Eun Seo, Young Mee Lee, Chi-Hyun Park en Jin Ho Chung, Effects of Infrared Radiation and Heat on Human Skin Aging in vivo, Journal of Investigative Dermatology Symposium Proceedings (2009) 14, 15 – 19;

Dr. Janet Voke, Radiation effects on the eye, Part 1 – Infrared radiation effects on ocular tissue, Optometry Today, Mei 1999

Intenational Commission for Non-Ionising Radiation Protection (ICNIRP). Health Physics Journal 91(6):630-645; 2006.